Exameneisen
Klaar voor je volgende band? Bekijk hier alle eisen voor theorie en praktijk per kup-graad.
Terug naar overzicht Wit-geel
WITTE BAND PLUS ENKELE GELE SLIP
Wit-geel
WITTE BAND PLUS ENKELE GELE SLIPVoorbereidingstijd
tenminste 12 trainingen
Praktijk 1
- A = Stijlvorm / SAJU / een vierhoeks oefenvorm met hand- armtechnieken
- B = Basis technieken: Area /laag– Montong /midden- Oelgoel Makki / hoog afweer. Ap Koobi/ lange stand- Ap Soegi/loopstand- dwit Koobi / korte stand
Praktijk 2
- A = SAMBO TAERYON / 1 stuks 3-stapsparring.
- B = Honsinul / Zelfverdediging 1 stuk
- C = Panjayu / sparren zonder aan te raken , 1 minuut
Theorie
- Benamingen van de in praktijk 1 en 2 gevraagde technieken en standen.
Geel
8de GEUP = GELE BAND
Geel
8de GEUP = GELE BANDVoorbereidingstijd
tenminste 16 trainingen na het behalen van de 9de Geup.
Praktijk 1
- A = STIJLVORM 1.
- B = STIJLVORM Ster
- C = SAJU / een vierhoeks oefenvorm met traptechniek.
Praktijk 2
- A = SAMBO TAERYON / vijf stuks 3 – stapsparring
- B = CHAGI / Diverse traptechnieken : Dwichook Ap Chagi, Naeryo Chagi en Dollyeo Chagi. enz
- C = HONSINUL / 4 Stuks
- D = CHOKKI TAERYON
Theorie
- Benamingen van de in praktijk 1 en 2 gevraagde technieken en standen.
- Traptechnieken: ap chagi = voorwaartse trap - dollyo chagi = cirkeltrap, yeop chagi = zijwaartse trap - Dwit chagi = achterwaartse trap, Naeryo chagi = neerwaartse trap, Dwit momdollyo chagi = achterwaartse haaktrap
- Benamingen van praktijk 1 en 2 en: Apkoobi / Apsoegi area – montong – eolgoel makki (Lange stand/ loopstand laag – midden – hoog afweer)
- Apkoobi / apsoegi montong eolgoel bandea en baro jireugi (Lange stand / loopstand midden – hoog)
- Bandea = been wat voor staat is de armtechniek ook voor
- Baro = been wat voor staat is de armtechniek achter, Baro jireugi is een stoot met de arm waarvan de been achter staat
- Sonnal = meshand, Dwit koobi sonnal montong makki (Korte stand beide open handen [ meshand ] midden afweer)
- Dwit koobi hansonnal montong makki (Korte stand een open hand [ meshand ] en een vuist in de zij midden afweer)
- Panjaju = sparren zonder aan te raken, Ilbi taeryon = eerste ronde, Charyeot = klaarstaan, Gyeong rye = buigen
- Betekenis van Taekwondo = Tae = voet, Kwon = vuist, Do = weg / manier
- Standen: Apkoobi (Lange stand waarvan de voorste been wat gebogen is en de achterste gestrekt. Voeten wijzen beiden naar voren, achterste voet is 30 graden gedraaid en staan schouderbreed uit elkaar. Tussenruimte is twee voetlengte's)
- Ap seogi (Loopstand – voeten staan schouderbreed en wijzen naar voren. Tussenruimte = hak van de voorste voet is gelijk aan grote teen van achterste voet. Benen zijn beide bijna helemaal gestrekt)
- Dwit koobi (Korte stand – voeten staan in een hoek van 90 graden, beide wat gebogen maar het gewicht staat op het achterste been. Tussenruimte tussen de twee voeten is een voetlengte)
Geel-groen
7de Geup = GELE BAND PLUS GROENE SLIP
Geel-groen
7de Geup = GELE BAND PLUS GROENE SLIPVoorbereidingstijd
tenminste 24 trainingen na behalen van 8ste Geup.
Praktijk 1
- A = STIJLVORM 1.
- B = STIJLVORM 2.
- C = STER- of SAJU / een vierhoeks oefenvorm met hand-arm en traptechnieken.
Praktijk 2
- A = SAMBO TAERYON / acht stuks 3-trapsparring.
- B = HONSINUL / 4 Stuks.
- C = CHAYU TAERYON / 1½ minuut non- contact sparren
- D = BAN-CHAYU TAERYON / 1½minuut diverse trap en stoot technieken uitgevoerd op een stootkussen dat vastgehouden wordt.
Theorie
- Benamingen van praktijk 1 en 2 / exameneisen van vorige banden en:
- Dwit koobi sonnal area makki (Korte stand beide meshand laag afweer)
- Dwit koobi geodeuro area en montong makki (Korte stand met beide vuisten afweren ter ondersteuning laag en midden)
- An = binnenkant, Bakat = buitenkant, Oen = links, Oreun = rechts, Pal = arm, Son = hand, Joomeok = vuist, Palmok = onderarm, An / bakat palmok = binnen / buitenkant onderarm
- Nearyo chagi = neerwaartse trap
- Cheong = blauw, Hong = rood, Si-jak = beginnen, Gallyeo = stoppen, Geuman = stop na oefening, Tobok = pak, Ti = band
- Hana = 1, Tul = 2, Set = 3, Net = 4, Tosot = 5
Groen
6de GEUP = GROENE BAND
Groen
6de GEUP = GROENE BANDVoorbereidingstijd
tenminste 24 trainingen na het behalen van de dubbele groene slip.
Praktijk 1
- A = STIJLVORM 1
- B = STIJLVORM 2
- C = STIJLVORM 3
Praktijk 2
- A = SAMBO TAERYON / 10 stuks 3-stapsparring.
- B = BO TAERYON / twee stuks 2-stapsparring.
- C = HONSINUL / 6 Stuks
- D = BAN-CHAYU TAERYON / 1½ minuut diverse trap en stoot technieken uitgevoerd op een stootkussen dat vastgehouden c.q. bewogen wordt.
Theorie
- Benamingen van praktijk 1 en 2 en exameneisen van vorige banden en:
- Pyonhi seogi = Voeten schouderbreed, hoek van elke voet 22.5 graden naar buiten gericht
- Joochoom seogi = paardrijstand
- Naranhi seogi = Voeten schouderbreed
- Palkoop = elleboog
- Keumkang montong makki = Beide armen afweren; Eolgool Makki en Momtong An Palmok Yeop makki
- Danyo teok jireugi = zijwaartse uppercut
- Miteuro paegi = bevrijding van de onderarm uit een handgreep door een snelle draaiing Van de onderarm
- Wiro paegi = bevrijding van de onderarm uit een handgreep door een snelle rukachtige beweging van de onderarm naar boven
- Naranhi seogi hansonal bakat chigi = Voeten schouderbreed – een open hand en een vuist in zij nekslag van binnen naar buiten
- Apkoobi pyonseonkeut seweo jireugi = Lange stand steek met verticale speerhand
- Ap-koobi mejoomeok bakat chigi = Lange stand hamervuist [raakvlak zijkant vuist pinkzijde] slag van binnen naar buiten
- Sabum nim = grootmeester 5 dan en hoger
- Jeja = leerling
- Dari = been, Bal = voet
- Chireugi = steken met vingers
- Tellen tot 10 in Koreaans = Hana – tul – set – net – tasot – yosot – ilgop – yodol – ahop – yul
Groen-blauw
5de GEUP = GROENE BAND PLUS BLAUWE SLIP
Groen-blauw
5de GEUP = GROENE BAND PLUS BLAUWE SLIPVoorbereidingstijd
tenminste 24 trainingen na het behalen van de 6de Geup.
Praktijk 1
- A = STIJLVORM 4
- B = STIJLVORM 3
- C = STIJLVORM 1 of 2 op aanwijzing trainer.
Praktijk 2
- A = IBO TAERYON / zes stuks 2-stapsparring.
- B = HONSINUL / 7 Stuks
- C = BAN-CAYU TAERYON / 1½ minuut diverse trap en stoot technieken op een stootkussen dat vastgehouden c.q. bewogen wordt.
- D = GYEO-RUGI / 1½ minuut volgens het wedstrijd reglement met uitzondering dat voet contact op het hoofd niet is toegestaan evenmin als hard contact op het lichaam.
Theorie
- Benamingen van de in praktijk 1 en 2 gevraagde technieken en standen. Daarnaast kennis van het wedstrijdreglement en:
- Deung joomeok = slag met de bovenkant de vuist
- An chigi = slag van buiten naar binnen
- Ap chigi = stoot recht naar doel voor het lichaam
- Bakat chigi = slag van binnen naar buiten
- Geodeureo makki = met 2 vuisten afweren 2e vuist is een handbreedte van de voorste elleboog
- Eotgeoreo makki = met beide vuisten afweren [ kruisblok ]
- Koa seogi = in een gestrengelde stand, scheenbeen tegen kuit
- Haktari seogi = kraanvogel stand
- Momdollyo chagi = haaktrap tegenover gestelde trap van dollyo chagi
- Twieo chagi = springende trap
Blauw
4de GEUP = BLAUWE BAND
Blauw
4de GEUP = BLAUWE BANDVoorbereidingstijd
tenminste 36 trainingen na het behalen van de 5de Geup.
Praktijk 1
- A = STIJLVORM 5
- B = STIJLVORM naar eigen keus tussen 1 en 4.
- C = STIJLVORM op aanwijzing van de trainer tussen 1 en 4.
Praktijk 2
- A = IBO TAERYON / tien stuks 2-stapsparring.
- B = ILBO TAERYON / vijf stuks 1-stapsparring.
- C = HONSINUL / 8 Stuks
- D = GYEO-RUGI / 1½ minuut volgens het wedstrijd reglement met uitzondering dat voetcontact op het hoofd niet is toegestaan evenmin als hard contact op het lichaam.
Theorie
- Benamingen van de in Praktijk 1 en 2 gebruikte technieken en standen. Daarnaast uitgebreide kennis van het wedstrijdreglement.
- Charyot seogi = Hakken tegen elkaar, voeten 90 graden ten opzichte van elkaar
- Moa soegi = Binnenrand van de voeten tegen elkaar
- Gawi makki = Dubbele afweer; beneden en midden afweer schaarblok
- Haktari seogi jageun dollyo tsugi = kraanvogelstand beide vuisten bevinden zich in heup
- Dwit momdollyo chagi = Achterwaartse rond draaiende trap [haaktrap]
- Batangson nooleo makki = drukafweer naar beneden met de handpalm
- Doobeon jireugi = dubbele stoot
- Palkoop pyojeok chigi = Elleboogslag in open hand
Blauw-rood
3de GEUP = BLAUWE BAND PLUS RODE SLIP
Blauw-rood
3de GEUP = BLAUWE BAND PLUS RODE SLIPVoorbereidingstijd
tenminste 50 trainingen na het behalen van de 4de Geup.
Praktijk 1
- A = STIJLVORM 6
- B = STIJLVORM naar eigen keus tussen 1 en 5.
- C = STIJLVORM op aanwijzing van de trainer van 1 t/m 5.
Praktijk 2
- A = ILBO TAERYON / tien stuks 1-stapsparring.
- B = HOSINSUL / tien stuks tegen vasthouden, beetpakken en klemmen.
- C = GYE PA breektest – Apchook Dollyeo Chagi.
- D = GYEO-RUGI / 1½ minuut volgens het wedstrijd reglement met uitzondering dat voetcontact op het hoofd niet is toegestaan evenmin als hard contact op het lichaam.
Theorie
- Benamingen van de in Praktijk 1 en 2 gevraagde technieken en standen. Daarnaast de benamingen van telwoorden en lichaamsdelen.
- Area hechyo makki = wig blok
- An / bakat palmok montong hechyo makki = dubbel verdediging van het middenlichaam met duim/pinkzijde van de vuisten
- Eotgeureo eolgoel makki = verdediging van het hoofd met gekruiste onderarmen
- Hansonnal eolgoel bakat chigi = slag open hand en een vuist in zij van binnen naar buiten
- Oesanteul-makki
- Si-hap (wedstrijd), Il/ I/ Sam hoe jeon, Seung = winnaar, Chida = verliezer, Shi gan = tijdstop * Wedstrijdregels
- Benamingen van de lichaamsdelen
Rood
2de GEUP = RODE BAND
Rood
2de GEUP = RODE BANDVoorbereidingstijd
tenminste 50 trainingen na het behalen van de 3de Geup. Met uitzondering van hen die goede resultaten behalen. Voor deze laatste groep geldt een minimum tijd van 6 maanden.
Praktijk 1
- A = STIJLVORM 7.
- B = STIJLVORM naar eigen keus tussen 1 en 6.
- C = STIJLVORM op aanwijzing van de trainer van 1 t/m 6.
Praktijk 2
- A = ILBO TAERYON / vijftien stuks 1-stapsparring.
- B = HONSINSUL / tien stuks en twee stuks tegen diverse vormen van stokaanval.
- C = GYEO-RUGI / 1½ minuut volgens het wedstrijd reglement met uitzondering dat voetcontact op het hoofd niet is toegestaan evenmin als hard contact op het lichaam.
- D = GYE PA / een dubbele breektest doormiddel van voet en maximaal een armtechniek in een vloeiende beweging.
Theorie
- Benamingen van richtingen, stoottechnieken, steektechnieken en slagtechnieken
- Benamingen van praktijk 1 en 2 en alle eisen van vorige banden en:
- Jebipoom Mok chigi = Open handafweer boven het hoofd en nekslag met de andere hand
- Jepiboom teok chigi = Open handafweer boven het hoofd en stoot met de duimmuis van de andere hand (tegen kin?)
- Geodeureo deungjoomeok eolgool ap chigi = met 2 vuisten afweren 2e vuist is een handbreedte van de voorste elleboog slag met de bovenkant de vuist op hoofdhoogte
- Bakat palmok momtong hechyo makki = dubbele afweer van het middenlichaam met pinkzijde van de vuisten
- milyo chagi = duwtrap
- Mooreup keokki = handverdediging tegen een Ap Chagi, waarbij het aanvallende been als het ware met de hand wordt opgeschept, terwijl gelijktijdig met de andere hand druk wordt uitgeoefend op het kniegewricht om dit eventueel te breken
- Sonnal deung = meskant duimzijde
- Ageum son / hansonnal kaljaebi = tijgerbek of booghand
- Gye Pa = breektest
Rood-zwart
1ste GEUP = RODE BAND PLUS ZWARTE SLIP
Rood-zwart
1ste GEUP = RODE BAND PLUS ZWARTE SLIPVoorbereidingstijd
tenminste 50 trainingen na het behalen van de 2de Geup. Met uitzondering van hen die goede resultaten behalen. Voor deze laatste groep geldt een minimum tijd van 6 maanden.
Praktijk 1
- A = STIJLVORM 8.
- B = STIJLVORM naar eigen keus tussen 1 en 7.
- C = STIJLVORM op aanwijzing van de trainer van 1 t/m 7.
Praktijk 2
- A = ILBO TAERYON / 1.5 min. 1-stapsparring.
- B = HONSILSUL / 12 stuks waarvan 2 stuks tegen diverse vormen van mesaanval.
- C = GYEO-RUGI / 1½ minuut volgens het wedstrijd reglement met uitzondering dat voetcontact op het hoofd niet is toegestaan evenmin als hard contact op het lichaam.
- D = GYE PA / 3 breektesten in een vloeiende beweging waarvan minimaal twee voettechnieken. De eerste traptechniek op aanwijzing van de examencommissie.
Theorie
- Benamingen van verdedigingen, standen, traptechnieken, voetverdedigingen en bevrijdingen. Daarnaast inzicht in de organisatorische opbouw van de eigen regio waartoe men in de bond behoort.
- Benamingen van praktijk 1 en 2 en alle eisen van vorige banden en:
- Mejoomoek naeryo chigi = Hamerslag van boven naar beneden
- Deung joomoek montong bakat chigi = Slag met de bovenkant van de vuist midden hoogte van binnen naar buiten
- Sonmok paegi = bevrijding van de pols uit een handgreep door een snelle rukachtige beweging van de betreffende pols naar de schouder
- Wiro paegi = bevrijding van de onderarm uit een handgreep door een snelle rukachtige beweging van de onderarm naar boven
- Doo joomeok jechyo jireugi = Dubbele stoot vanuit links en rechtse zij gelijktijdig naar voren stoten en vasttrekken in de maag
- Chettari jireugi = Met beide vuisten gelijktijdig stoten